de straatmus

 

een ordinaire straatmus

vloog eenzaam langs de strate

door alle andre vogels

moederziel alleen gelate

ze zocht op kozijne - ze zocht in de goot

naar haar dagelijks ete - een kruimeltje brood

 

zij was n kind van t trottwaar

een kind van de straat

op de keie sleet zij haar leve

zij was n kind van t trottwaar

en viel haast van de graat

as de mense soms niks wouwe geve

een klein korsie kaas

of een kruimeltje brood

scheidde haar van de hongersdood

van heel vroeg tot laat

leefde zij op de straat

met een poot in de goot

 

de ouwers van die straatmus

wouwe niks meer van dr wete

hadde as zovele ouwers

hullie eige jeugd vergete

zontvluchtte haar dorpie en vloog naar de stad

maar daar kreeg ze zon honger en ging vlug op pad

 

zij wier een kind van t trottwaar

een kind van de straat

op de keie sleet zij haar leve

zij wier een kind van t trottwaar

en viel haast van de graat

as de mense soms niks wouwe geve

een klein korsie kaas

of een kruimeltje brood

scheidde haar van de hongersdood

 

en onze kleine straatmus

dacht dikwijls an de jare

als Opa haar vertelde

(van) toen r nog paardetremme ware

er was heel geen honger - t begon s ochens vroeg

je zag overal paarde - dus ete genoeg

 

en dat lag naast het trottwaar

t lag zomaar op straat

toen hadde de musse een goed leve

maar ons kind van t trottwaar

viel op een keer van de graat

omdat de mense dr niks wouwe geve

en geen korsie kaas

of een kruimeltje brood

redde haar van de hongerdood

en sa-a-vons laat

vond men haar op de straat

in de goot helemaal dood!

 

tekst: TOM MANDERS

muziek: TOM MANDERS

1958